20190211 Discussie over nucleaire centrales: ja graag!
 De laatste bon-ton in de Vlaamse pers is de aanklacht dat ‘heel de discussie over kernenergie, over de nieuwe generatie kerncentrales, blijkbaar niet gevoerd mag worden’ (Pieter De Crem), vanwege ‘ een irrationele houding tegenover kernenergie’ (Paul De Grauwe). Enerzijds, is de vaststelling juist dat er in Vlaanderen (België) geen rationele discussie over kernenergie plaats vindt. Anderzijds, is het zwartepieten van klimaatbetogers en groene partijen geen goed begin om een rationeel debat gericht op een betere besluitvorming op gang te brengen.

Wetenschap en politieke besluitvorming
Cruciale besluitvorming in Belgisch energieland (bv. expansie van het nucleaire park in de jaren 1980; sluiting van de steenkoolmijnen in 1989; subsidies aan hernieuwbare elektriciteit over 2002-2013) waren momenten van confrontatie tussen onafhankelijke wetenschappelijke analyse en gevestigde economisch-financiële belangen met hun politieke vertolkers. Toch kon wetenschap gesteund op feiten en analyse, de nucleaire expansie afremmen en koolputtensubsidies omzetten naar een toekomstfonds voor Limburg. Echter, in 2008 wimpelde toenmalig minister Crevits wetenschappelijke studies opzij met leugentjes en gekeuvel over de fantastische Vlaamse Groene Stroom Certificaten (beter dan “de grote Duitse gok”); de rekening van haar lichtzinnigheid bedraagt miljarden euro (vandaag nog koren op Bart De Wever’s molen om groene stroom te bekampen).
Hoe gaan Vlaamse politici vandaag om met wetenschappelijke kennis en analyse die onbehaaglijk is voor gevestigde economisch-financiële belangen?
Een echt debat mijden, kan als volgt: aanvaard enkel studies binnen het eigen politieke denkkader, desnoods geleverd op bestelling; hecht waarde aan uitspraken van media-populaire figuren die oreren buiten het eigen vakgebied; geloof fictieverhalen van doortrapte lobbyisten; elimineer onafhankelijk denkende wetenschappers. Deze ingrepen zijn schering en inslag in het aanslepende getouwtrek over de toekomst van de kernenergie in België, maar ook in enkele andere landen en op mondiale schaal.

De ULCC van de kernenergie
ULCC = Ultra Large Crude Carrier, ruwe olie tanker van 500,000 dwt (ton). In de jaren 1950/60 was kernenergie de absolute favoriet van wetenschap, industrie, politiek, gevolgd door een beduusd publiek. De aangekondigde energietransitie was eenvoudig: alles op elektriciteit voor iedereen, geleverd door propere, veilige, goedkope kerncentrales. De subsidiestromen voor onderzoek, demonstratie, proefprojecten, waren onuitputtelijk. ‘Atoom’ was in alles wat maar enigszins meetelde: EURATOM, het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA), het Atomium in Brussel (expo 1958). Het vooruitgangsgeloof domineerde kritische vragen, zoals: Wat met atoomafval? Wat met zware accidenten? Wat met de verspreiding van atoomwapens? Antwoorden waren even onwetenschappelijk als simpel: lossen we later wel op, risico’s is meer angstgevoel dan echt, het promotieorgaan IAEA zou ook de verspreiding van atoomwapens voorkomen.Ik moet me hier beperken tot twee vaststellingen. Ten eerste, mythevorming speelt een grote rol in het ontstaan en bestaan van de kernenergie. Ten tweede, de massale subsidiegelden hebben een vloot van reuzentankers met vet betaalde bemanningen in de vaart gebracht. Ondanks de schipbreuk van vele tankers, blijft de IAEA rederij functioneren. In landen met een atoomenergie erfenis, draaien de oude centrales zolang ze kunnen, en zoeken de nucleaire subsidie verslaafden wegen om rijkelijk te blijven leven. Zo ook in België waar de overheid praktisch haar gehele budget voor energieonderzoek spendeert aan MYRRHA (Studiecentrum voor Kernenergie). De factuur is nu al opgelopen tot 1,6 miljard euro, terwijl geen enkel land wilt deelnemen aan het fantasierijke project.

Geen debat maar propaganda overheerst
Het verhaal van de kernenergie kent drie grote golven. De eerste van de onbegrensde hemel (1953-1973) kreeg al snel zand in de raderen door vele incidenten en een kernsmelting in de VSA kweekreactor (Fermi, Michigan, 1966).
De sterke tweede boost kwam door de oliecrisis van 1973, maar werd in de flank getroffen door ernstige accidenten (Browns Ferry brand in 1975, Three Miles Island kernsmelt in 1979, Tsjernobyl catastrofe in 1986) en door grote problemen en kosten bij de bouw van centrales. Hoewel de Belgische centrales behoorden tot de minst problematische in de wereld, zat de klad in de sector: veilig en goedkoop bleek niet te combineren. De oliecrisis was opgelost door meer energie efficiëntie, en aan de horizon verschenen hernieuwbare energie (wind, PV).
Tijd voor de derde mythe: kernenergie is nodig in de strijd tegen de klimaatverandering. De nucleaire troepen werden gebundeld onder de vlag van de ‘Nucleaire Renaissance’. Maar dit sloeg toch niet echt aan. In België werd in 2003 zelfs een wet gestemd om nucleaire centrales na 40 jaar dienst op pensioen te sturen. In de zomer van 2007 werd de propaganda machinerie van het Nucleair Forum (NF) in hoge versnelling gezet, volgens een draaiboek opgesteld door Saatchi&Saatchi, topexperts in het verkopen van illusies. Essentieel in de aanpak: verdwaas de zwijgende meerderheid van de bevolking, en elimineer de onafhankelijke minderheid, geïnformeerd over kernenergie en bereid tot publiek debat. Mensen met inzicht in media en beïnvloeding schatten de impact van de NF campagne als zeer groot, en ik moet grif toegeven dat hun inschatting juist is.

Maar de feiten blijven het sterkst
Het atoomverhaal is geschreven: wie de moeite doet informatie erover te zoeken kan ze ook vinden. De technologie is uitgebeend: thorium is een Loch Ness verhaal, plannen voor kleine modulaire reactoren zijn gebaseerd op mislukte technieken en, in het zeer onwaarschijnlijke geval ze er toch zouden komen, zullen ze de atoomproblemen ten allen kante verspreiden. Debat is OK, maar stop a.u.b. niet nog meer belastingengeld in nucleaire ULCCs en kleinere varianten.
Graag bied ik mijn dossiers vol informatie aan voor een wetenschappelijk gefundeerd, publiek debat over kernenergie.

 Aviel Verbruggen, Universiteit Antwerpen, onderzoeker en lesgever over energie- en milieuvraagstukken [1974-2019]; IPCC-lid [1998-2014] www.avielverbruggen.be

  pdf 20190211 ATOOM Discussie over nucleaire centrales VT (54 KB)

 

 

 

 

 

 

20190204 Hoe het opbloeiende klimaatdebat verstevigen?

 

Aviel Verbruggen, energie- en milieueconoom, emeritus Universiteit Antwerpen

 

Dezer dagen verschijnen veel gepubliceerde beschouwingen en opinies over het te voeren klimaatbeleid, met onvermijdelijk het energiebeleid als speerpunt. Energie is mijn vak. Als burger boeit me ook het (niet) gevoerde beleid en hoe het beter kan.

In 1999 voorzag de Vlaamse Regeerverklaring “Beter Bestuurlijk Beleid”, met een sterke afbouw van de ministeriële kabinetten als belangrijke ingreep. Voeren van strategisch beleid met wisselende ministeriële kabinetten is de kwadratuur van de cirkel. Het in 1999 aangekondigde beter bestuur is in de Vlaamse klei blijven steken, vergelijkbaar met wat de “kracht van verandering” teweeg brengt dezer dagen: de politieke benoemingen kregen een andere kleur. De kabinetten floreren als nooit tevoren, gereflecteerd in de afwezigheid van strategisch beleid in de Vlaamse (alsook Belgische) politiek. Om de vijf (vier) jaar komen er nieuwe kabinetten, gevuld met ambitieuze, alwetende machtuitoefenaars. Meestal beginnen ze met de tabula rasa van wat de vorige jaren werd gebricoleerd, om zelf iets ineen te flansen meer naar de smaak van de achterban. Dit is een verspilling van de hoge taks bijdragen die burgers in de schatkist (moeten) storten. Erger: het ontbreken van een sterk overheidsbeleid maakt het eenvoudig voor de lobbyisten van de geldcentra om te scoren. Goede connecties met politici maakt hun job nog gemakkelijker. Nog erger: voor de grote uitdagingen van onze tijd – klimaatverandering, duurzame ontwikkeling, energietransitie, e.d. – is de Vlaamse (Belgische) politieke klasse een maat te klein.

Deze bevinding is alarmerend voor de protesterende leerlingen die veel appels richten aan de politici. Hoewel, de leerlingen leren snel bij en hebben enkele ministers al behoorlijk op hun plaats gezet.

 

Wat nu met het klimaatbeleid in de Vlaamse politieke realiteit?

Verschillende opinies bevolken het debat. M. Claeys & L. Huyse (DS, 2 februari) verwachten veel van de uitbreiding en versterking van de burgerdemocratie. In de energietransitie is deze ook springlevend en groeiend in de Vlaamse steden en gemeenten. Maar tegenwerkende of destructieve initiatieven op hogere echelons van de maatschappelijke structuren kunnen veel goeds tegenhouden of geheel wegvegen zoals een orkaan het werk van jaren wegblaast. Stimulerende initiatieven kunnen ondersteuning en middelen verschaffen. Afstemming tussen burgerinitiatieven en formele instanties is van belang.

  1. Rummens (DS, 4 februari) houdt de burgerdemocraten bij de les door te verwijzen naar de parlementaire structuren waarin de kiezer macht uitoefent door de gewenste politici aan de macht te helpen. Zijn kritiek op het idealistisch denken van de burgerdemocraten, maakt minder indruk als hij zelf vervalt in een idealistisch, irrealistisch beeld van de parlementaire democratie en partijpolitieke strijd in Vlaanderen (België).
  2. Rosier (DS, 4 februari) tilt het debat op tot het ethische niveau, waarop het leerlingen protest de facto opereert. Plichten en waardigheid moeten voorgaan op een eenzijdig vastklampen aan rechten en eigenbelang. Hij raadt aan weer Kant te gaan lezen, zoals P. Verhaeghe (DeWereldMorgen, 30 oktober 2018) aanraadt weer Aristoteles te lezen. Het publieke belang van een samenleving is het veiligst bewaakt door de ethische rede.

Tenslotte inspireert L. Nijs (DS, 4 februari) het klimaatbeleid vanuit zijn rijke ervaring in de financiële wereld. Een lijst van fouten die het klimaatbeleid kan maken, eindigt met een duidelijke verwittiging tegen de invloed van intens lobby werk dat het beoogde resultaat van een willende parlementaire democratie duchtig kan verknoeien.

 

Krachten buiten het Vlaams beleid

De Vlaamse (Belgische) politieke prestaties zijn niet geruststellend voor wie belang hecht aan klimaatbehoud. De vele burgerdemocratie initiatieven kunnen het alleen ook niet redden. Het mondiale klimaatbeleid is gesteund op intenties en vrijwilligheid. Het Europese beleid is praktisch platgewalst door tienduizenden lobbyisten, waarvan een belangrijk deel in Brussel vertoeven.

Waar is er dan nog licht te vinden? Naast de lectuur van Kant en Aristoteles, raad ik aan de technologische ontwikkelingen van hernieuwbare energie van nabij te volgen. Als we onze ogen openen zijn wij allen getuige van de meest hoopgevende technologische revolutie sinds het bestaan van de mensheid. Alleen, moet de mens zijn plaats kennen: leven van en met de natuur in plaats van roofzuchtige vernietiging.

 

De protesterende leerlingen werken aan de oprichting van een “wetenschappelijk klimaatpanel”, een groots, dus gevaarlijk, experiment. Hierbij is strategisch beleidsdenken onmisbaar. Het vereist bepaalde essentiële attributen, zoals:

  • Visie en missie (bepalend voor de lange-termijn doelrichting met bakens en randvoorwaarden)
  • Continuïteit vanuit het verleden naar de toekomst, door het nemen van tijd-sequentieel gepaste beslissingen (voorziend en planmatig rekening houden met onzekerheid, onomkeerbaarheid en onherroepelijkheid)
  • Passende beslissingen zijn toetsbaar met een diepgaande kennis van de eigen sterkten en zwakten in een context van kansen en bedreigingen.
  • De elementaire cyclus (Weten waar men staat? Wat men wilt? Wat men doet? Is er vooruitgang op de doelrichting?) structureert het handelen. De klimaatconferentie van 2018 (COP22) heeft deze cyclus geadopteerd onder de naam Talanoa dialoog.

 

 

 

 

 

 

 

 


20190128 Belgisch nucleair surrealisme

 

Aviel Verbruggen, emeritus Universiteit Antwerpen

 

Zondag 27 januari 2019: Brussel ontvangt weer een klimaatmars in haar straten. Minstens 70000 mensen van jong tot oud spenderen hun vrije dag. Met creatieve, zelfbedachte boodschappen delen ze mee hoe ernstig ze het klimaat nemen. Een levendig contrast met de steriele verhalen die de traditionele media blijven opdissen. Zo is er weer gepraat over kernenergie, zonder verwijzing naar de vele feiten, ervaringen, en te trekken lessen uit haar 65-jarige parkoers. Niet (willen) weten verhult de aaneenschakeling van technische, economische, en accidentele mislukkingen, gerekt door ongeëvenaarde stromen subsidies uit de staatskassen. Door negatie of vergoelijking van de nucleaire geschiedenis en van de reële toestand waarin de technologie zich vandaag bevindt, kan kernenergie zich vandaag weer voorstellen als veelbelovende adolescent die een nieuwe kans verdient. De nieuwe kans kost de samenleving vreselijk veel geld, tijd en aandacht, die dringend nodig zijn voor een speerpunt aanpak van de klimaatproblemen.

Elke geloofsbelijdenis die de nucleaire brokkenrit kan verlengen, krijgt uitbundige mediabelangstelling. Zie de 27 januari belijdenis van Paul De Grauwe, wiens energie-economische expertise een grote onbekende is. Geloofsbelijdenissen zijn onbetrouwbare bakens om beleid op te bouwen.

 

Deze bijdrage behandelt twee artikels uit de gedrukte pers over kernenergie, waarop aanvulling en commentaar nodig zijn. Feiten kennen is belangrijk om klimaatbeleid doeltreffend, doelmatig en vooruitstrevend te ontwikkelen.

 

De Tijd

De Tijd (19 januari 2019) bevat een pagina ‘De nucleaire renaissance loopt vast’. T. Steel documenteert goed het wee van de EPR (European Pressurized Reactor, zogenaamde GEN III+ technologie) projecten in West-Europa. Vooral de nu voor iedereen erg zichtbare kostprijs van de atoomkerncentrales maakt dat alleen financiële kamikazes nog nieuwe centrales overwegen. Zelfs hoge prijsgaranties door de UK-regering aangeboden, kunnen multinationals niet meer verleiden tot het nucleaire avontuur. Toshiba, Hitachi, e.a. volgen het voorbeeld van Siemens, en bouwen hun nucleaire activiteiten af.

 

Forum voor het Nucleair Forum (NF)

  1. Steel laat dan het Nucleair Forum (NF) uitgebreid aan het woord, zonder kritische duiding van NF beweringen als: “zowel de EU als het IPCC (het klimaatpanel van de VN, red.) zegt dat kernenergie noodzakelijk is om de gewenste CO2-uitstootreductie te realiseren.

Inderdaad, gedeelten van de Europese Commissie (waaronder EURATOM) promoten nucleaire energie, maar de EU kan geen positie over de noodzakelijkheid van kernenergie innemen omdat lidstaten als Denemarken, Duitsland, Oostenrijk deze bewering ontkrachten en dus niet onderschrijven.

 

IPCC en de atoomkernenergie

De nucleaire positie van IPCC is een verhaal apart, en bijzonder leerrijk om de macht en werking van de nucleaire lobby te begrijpen. Ik bespreek de IPCC rapporten na 2010, die iets te maken (kunnen) hebben met atoomkernenergie.

Het Speciale Rapport over hernieuwbare energie en klimaatverandering (2011) zette kernenergie als optie opzij, en toonde aan dat hernieuwbare energie ruimschoots het technisch en economisch potentieel bezit om alle energie te leveren die mensen op aarde behoeven. Met andere woorden: kernenergie is overbodig.

Het 5de assessment rapport (2014) besteedt korte passages aan kernenergie (Werkgroep 3, Hoofdstuk 7). De passages reflecteren de standpunten van het mondiale nucleaire promotieorgaan IAEA (Internationaal Atoom Energie Agentschap) en van het NEA (Nucleaire Energie Agentschap), met uitsluiting van de meeste peer-reviewed publicaties[i] die de problematische feiten en eigenschappen van kernenergie belichten. Hier schiet IPCC in eigen voet, want IPCC’s kernopdracht is alle beschikbare (en zeker alle peer-reviewed) literatuur evalueren, en in het assessment rapport verwerken. Deze echte IPCC-gate (in Werkgroep 3) krijgt geen aandacht in de wereldpers, die in 2009-2010 een ‘climategate[ii]’ opbouwde om de hardwerkende klimatologen (Werkgroep 1) verdacht te maken na het hacken van hun mailbox. Een interessante illustratie van hoe traditionele media informatie filteren en aanwenden om gevestigde belangen te dienen.

Het nucleair promotieorgaan IAEA (een in 1957 opgerichte intergovernmental VN organisatie) bewaakt haar invloed over het klimaatbeleid. Een van de zeldzame concrete artikels in het Parijs akkoord (artikel 16§8, 2015) regelt expliciet de aanwezigheid van IAEA op de jaarlijkse klimaatconferenties.

 

Het IPCC blijft bij het drieluik mantra dat CO2 emissiereductie mogelijk is door “hernieuwbare energie, atoomenergie, en Koolstof Opvang & Opslag”. Dit is niet zeggen dat “kernenergie noodzakelijk” is; indien IPCC dit zou zeggen, overschrijdt IPCC haar mandaat, waarin “beleid-voorschrijvend” (policy prescriptive) tekst en uitspraken absoluut verboden zijn.

 

Hoofdstuk 4 van het IPCC Speciaal Rapport 1.5°C (2018) bevat een sectie 4.3.1 over Energie Systeem Transities, met een bladzijde over kernenergie. De vage en misleidende tekst negeert opnieuw de wetenschappelijke literatuur, en lijkt enkel bedoeld om het drieluik mantra te kunnen behouden. Dit mantra beveiligt het verspreiden van atoomenergie propaganda.

 

Veel van de IPCC bevindingen over klimaatbeleid resulteert uit schattingen met behulp van Integrale Assessment Modellen[iii] (IAM). Eigen aan deze modellen is de erg vereenvoudigde modellering van elektriciteitsopwekking in geïntegreerde systemen. Daardoor komt de incompatibiliteit[iv] van een volle hernieuwbare energie ontplooiing met de positie van atoomkerncentrales niet tot uiting. Elektriciteitsopwekking uit zon en wind is niet flexibel (tenzij de uitschakeling ervan); atoomkerncentrales zijn nog minder flexibel want willen geen uitschakeling ondergaan. De twee antagonisten claimen de stoelen op de eerste rij in de elektriciteitslevering. Wie de eerste stoelen bezet, ondermijnt de financiële rendabiliteit van de andere.

Duidelijkheid over de antagonistische kenmerken en relaties van duurzame hernieuwbare elektriciteit en van niet-duurzame atoomkernstroom, is nodig om nu een duidelijke keuze te maken tussen de twee. Zonder deze keuze zal veel tijd en geld worden verspild. Wanneer alle beschikbare feiten en ervaringen over kernenergie op een onafhankelijke wijze worden onderzocht en geëvalueerd, zijn de laatste dagen van dit rampzalig avontuur geteld.

 

De Standaard

In het energiedebat beschikt voorlopig niemand over een geruststellend plan dat betaalbaar, zeker en duurzaam is, zegt Bart Sturtewagen”, hoofdcommentator van De Standaard (25 januari 2019, p.28), onder de titel “De echte ecorealiteit”.

Het artikel wordt opgeleukt met een vervorming van het kenmerkend logo van de anti-atoomenergie beweging met de tendentieuze tekst “Kernernergie ? Nou vooruit dan maar als – het echt niet anders kan – tot we iets beters hebben”. Nucleair surrealisme om de lezer warm te maken voor een nonsens verhaal.

Onze vraag is: Is de “echte ecorealiteit” geserveerd door Bart Sturtewagen (BS) wel echt? Of slaat hij nogal wat ballen mis, eindigend in een mistig verhaal zonder stelligheid? Bekijken we dit even van nabij.

 

De drie doelstellingen van het EU energiebeleid

In het midden van het artikel, duiken de drie doelstellingen van het EU energiebeleid op: “bevoorradingszekerheid, betaalbaarheid en duurzaamheid”. Zoals anderen hem voorgingen, geeft BS daar zijn eigen inhoud aan: “Met andere woorden: het licht mag niet uitgaan, de prijs moet redelijk zijn, en milieu en klimaat mogen niet overbelast worden.” Deze interpretaties bevatten veel onnauwkeurigheid en reductie:

(1) bevoorradingszekerheid (security) is niet hetzelfde als “het licht mag niet uitgaan” (reliability); Security gaat over de verzekerde toegang tot bronnen van energie

(2) wat is “een redelijke prijs” voor wie? In EU discussies verschuift ‘affordability’ naar ‘competitivity’ met het accent op lage energieprijzen voor de industrie

(3) duurzaamheid (sustainability, sustainable development) reduceren tot “milieu en klimaat niet overbelasten”, is een foute en onterechte reductie, die de atoomkernenergie permanent hanteert. ‘Echte’ duurzaamheid omvat vier dimensies: Politics, People, Prosperity, Planet.

 

Ook de onderlinge verhouding van de drie doelstellingen is van belang, maar komt in het artikel niet aan bod. De gangbare beeldvorming is ieder doel tegenover de twee andere te plaatsen, wat uitmondt in een ‘trilemma’: wie van het een meer wil, moet inleveren op de andere. Dit is een foute benadering die patstellingen stimuleert. Met de correcte, volle inhoud voor iedere doelstelling, is hun onderlinge verhouding een cascade: eerst duurzaamheid, vervolgens zekerheid, dan betaalbaarheid. Hoe duurzamer, des te zekerder zijn de bronnen, en des te betaalbaarder wordt energie voor allen.

 

Als de drie energievormen atoomkernstroom, fossiele brandstoffen, en hernieuwbare energie uit natuurstromen (wind, licht, water, geothermie), een duurzaamheidsevaluatie ondergaan, slaagt enkel hernieuwbare energie.

De toegang tot hernieuwbare energiebronnen uit de omgeving is zeker, maar de natuur bepaalt zelf hoeveel een bron op bepaalde tijdstippen aanbiedt. De mens moet creatief zijn om de geschikte technieken in te zetten om energie te oogsten, op te slaan, te verhandelen, en te gebruiken. Door technologisch vernuft, door vasthoudend beleid van Duitsland en Denemarken, en door de Chinese massa productie is elektriciteit uit de natuurstromen sinds 2015 structureel goedkoper dan alle vormen van thermische elektriciteit uit atoomkern en fossiel gestookte centrales.

Deze troef is nu verder te verzilveren met technieken om ons energiegebruik beter aan te passen aan de zekere maar variabele leveringen door de natuur.

 

BS heeft hier andere meningen over, bv. “fossiele brandstoffen zijn betrouwbaar”. Hoezo? De pers schreeuwt regelmatig over onbetrouwbaar Russisch aardgas, onoverzichtelijke geopolitieke conflicten in regio’s en landen waar de olie vandaan komt (voeg Venezuela bij het Midden-Oosten en Noordelijk Afrika).

Zijn bezwaar dat “hernieuwbare bronnen zoals wind en zon (…) bieden nog te weinig bedrijfszekerheid”, ziet hij wel wegvallen in de toekomst, maar hij zet er geen termijn op. Indien hij de redelijke termijnen had onderzocht, valt de bodem uit zijn opgespannen verhaal.

Want de volgende zin “Daarom komt kernenergie weer op de voorgrond, hoewel deze keer in een bescheiden rol (…)” past maar in het opgezette verhaal als de spectaculaire innovaties in batterijen (ook deze in voertuigen), in vraagsturing, in PV, wind, water energie, plots zouden stilvallen. Maar doel van het artikel is de zogenaamde ecorealisten terug in het debat te plaatsen om een mistig verhaal over “Dromers vs. Ontkenners” uit te rollen.

 

Dromers vs. Ontkenners

BS stelt: “De vooruitgang van hernieuwbare energieproductie is spectaculair, maar nog onvoldoende en onvoldoende zeker.” Wat is ‘onvoldoende en onvoldoende zeker’? Op welke cijfers en argumenten steunt dit? ’Slaat ‘vooruitgang’ op technologische innovatie dan wel op de toepassing ervan?

Beide zijn in volle exponentiële groei; wie exponentiële groei begrijpt, weet hoe snel die gaat. Even verpozen bij het onfortuinlijke lot van de uitvinder van het schaakspel. Zijn uitvinding werd hoog geprezen, en hij mocht een grote beloning vragen aan de sjah. De slimme uitvinder plaatste een graankorrel in het eerste vakje, twee in het tweede vakje, vier in het derde, en vroeg de verder verdubbeling over alle vakjes. De sjah dacht dat hij er goedkoop van af kwam, tot hij leerde dat alle graanschuren van zijn rijk niet zouden volstaan om de eindhoeveelheid te leveren. De sjah liet daarop de uitvinder terechtstellen.

De exponentiële groei van hernieuwbare energie technologie en productie is geen droom, maar een vaststelling van feitelijke ontwikkelingen.

 

BS: “Kernenergie maakt haar beloften van rendabele veiligheid door nieuwe technologie nog steeds niet waar.” Dit is een hilarische understatement, na een atoomkern brokkenrit van 65 jaar gebroken beloften, accidenten en catastrofes, zodanig hoge kosten dat geen enkele nucleair project ooit nog de concurrentie met wind en zon aankan. Om de opzet van het artikel te bereiken, wordt aan de ongefundeerde statement hetzelfde gewicht toegekend als aan de insinuaties over onvoldoende hernieuwbare energie.

 

Uit de twee dubieuze proposities, volgt dan het besluit: “Er is dus, aan weerszijden van het debat, geen plaats voor stelligheid.” Deze zelfgecreëerde beeldvorming is allesbehalve “de echte ecorealiteit”.

Maar “We mogen de hoop niet opgeven dat technologische innovatie soelaas biedt” (Welke technologieën? Wanneer? Hoe?). Waarom moeten we hopen op iets dat al op volle kracht is gekomen, niet meer te stuiten is, duurzaam is en met de dag goedkoper.

Waarom moeten we nog hopen op technologische mislukkingen, niet duurzaam, beladen met risico’s en steeds duurder? Waarom lezers bestoken met de fata morgana van Koolstof Opvang & Opslag bij elektriciteitscentrales en van toekomstige atoomkernenergie?

 

Als venijn in de staart stelt BS dat “tot dusver is niet gebleken dat pure marktkrachten of sturend politiek beleid in staat zijn die ontwikkelingen richting te geven.” Voor ‘pure marktkrachten’ is dit niet-blijken evident, want die puurheid bestaat niet; markten zijn instituties door mensen gemaakt, bestuurd en gemanipuleerd. Voor sturend politiek beleid, is de bewering vierkant fout. Kijken we even over de landsgrenzen: Denemarken en Duitsland hebben met een doordacht sturend beleid vele technologie voor hernieuwbare elektriciteit op tien jaar tijd marktrijp gemaakt. Beide landen hebben bewust atoomkernenergie afgewezen (Denemarken in 1978; Duitsland in 2011).

 

Het echt zorgwekkende van deze waardeloze ecorealiteit, is dat ze aanzet tot verlamming. Het is misdadig voortdurend koud water te gieten over de inzet, bewogenheid en volharding van de nieuwe generatie adolescenten die de redding van de mensheid te harte nemen. De oplossingen bestaan wel; ze liggen voor onze neus; we moeten ze alleen grijpen en ze doen groeien in de juiste richting, dit is de richting van een duurzame ontwikkeling, waarin alleen duurzame hernieuwbare energie past.

 

[i] https://www.avielverbruggen.be/en/docman/atomic-power/54-20150100-atom-sustainability-assessment-of-nuclear-power-discourse-analysis-of-iaea-and-ipcc-frameworks/file

[ii] https://en.wikipedia.org/wiki/Climatic_Research_Unit_email_controversy

[iii] Hoofdstuk 2 – Technical Annex sectie 2.A.2 – van het IPCC Speciaal Rapport 1.5°C (2018) geeft toelichting over IAM.

[iv] Voor detail: https://www.avielverbruggen.be/en/docman/atomic-power/56-20170100-atom-positioning-nuclear-power-in-the-low-carbon-electricity-transition-at/file en https://www.avielverbruggen.be/en/docman/atomic-power/83-20081100-ret-renewable-and-nuclear-power-a-common-future-at-1/file


20190120 Economische welvaart zonder stabiel klimaat?

 

Aviel Verbruggen, emeritus Universiteit Antwerpen

 

Fors en hardnekkig jeugdig protest tegen laks klimaatbeleid beantwoorden, lijkt een moeilijke karwei voor industrie en media. De ondertoon is dat de storm wel zal gaan liggen, en dat gewoon voortdoen (business-as-usual) met nog meer spin over klimaatmaatregelen volstaan. Maar zo varen Titanics hun ondergang tegemoet.

 

Het conflict Economie vs. Milieu.

 

In de jaren 1970/80 werden de milieuactie bewegingen gecounterd met de slogan ‘Je kan geen ecologisch paradijs bouwen op een economisch kerkhof’. De groei van de wildfauna in het economische rampgebied van Tsjernobyl, na de nucleaire catastrofe in april 1986, is een cynische ontkrachting van deze foute slogan. Het is meermaals gesteld dat de aarde zonder de mens best voort kan, maar de mens niet zonder de aarde. Of ‘economische welvaart zonder levenskrachtige natuur, gezond milieu, stabiel klimaat, veerkrachtige biodiversiteit, …’ is een gevaarlijke fictie. Dit beseffen jonge mensen het best wanneer ze hun eigen toekomst inschatten. Ze eisen het stopzetten van de economische roofbouw op de natuur en het milieu, vooral op de functies die het leven mogelijk maken (zoals een mild klimaat). De eisen vragen diepgaande koerswijzigingen, onmogelijk door te voeren zonder nieuwe visies, denkbeelden, politieke machtsverhoudingen, economische activiteiten, technologische prioriteiten en uitsluitingen.

 

Extra chemie in de Antwerpse haven

Het bestaande bestel worstelt tussen schip en kade, zoals ook de Antwerpse haven met de uitbreiding van de petrochemische activiteiten. Verschillende facetten van deze concrete worsteling zijn te lezen in De Standaard (19-20 januari 2019: E6-E7), onder de dubbele titel: KLIMAAT WORDT NIEUWE GROTE UITDAGING. Antwerpse havenchemie vindt haar tweede adem.

 

Dat de Europese chemie terug in de toekomst gelooft, is een opluchting voor havenbaas Jacques Vandermeiren, vanwege de miljarden investeringen en jobs.

Frank Beckx van de sectorfederatie Essencia (chemie & life sciences) is evident gelukkig, maar is beducht voor een strenger Europees klimaatbeleid, met ‘de kans dat er een rem wordt gezet op de groei van de chemie-industrie in Europa’. De investeerder (INEOS) waarschuwt dat ‘het klimaatbeleid in Europa het openstaande risico is’; ‘excessieve CO2- taksen’ of heffingen op ingevoerd schaliegas uit de VSA ‘zouden het investeringsproject geen goed doen’.

 

Klimaatneutrale chemieproductie

Nu de kwadratuur van de cirkel: hoe een technologie en massaproductie geheel afhankelijk van fossiele brandstoffen met onvermijdelijke CO2 productie en uitstoot, toch ‘klimaatneutraal’ verklaren? Enkele konijnen worden uit de hoed getoverd.

 

Jacques Vandermeiren vermeldt een McKinsey rapport waarin gesteld wordt dat ‘de bijkomende CO2-uitstoot van chemie-investeringen meer dan gecompenseerd wordt door CO2-reductie in sectoren die chemieproducten gebruiken om het energiegebruik te beperken.’ Hoeveel verdient een dure consultant met dubbeltellingen?

 

Frank Beckx verwacht dat de nieuwe INEOS installaties technologisch tot de laagste CO2-uitstoters zullen behoren. Deze verwachting is terecht, want op die wijze kan INEOS voldoende gratis vergunningen bekomen om CO2 uit te stoten zonder noemenswaardige financiële lasten. Het Europese beleid garandeert dit met het EU ETS (emissiehandel systeem) al minstens tot het jaar 2030. Een aantal grote vervuilers weten nog woekerwinst te slaan uit te ruim gratis ontvangen vergunningen.

Niettegenstaande deze realiteit, schrijft de redacteur van het artikel doodleuk: ‘vandaag kost een ton CO2 uitstoten bedrijven zo’n 25 euro.’ Ik zou graag eens de lijst zien van Europese industriële bedrijven die per 1 miljoen ton emissie ook zo’n 25 miljoen euro betalen. Geen één. De afrekening van het EU ETS systeem, met inbegrip van de woekerwinsten door bedrijven gemaakt, komt uiteindelijk terecht op de elektriciteitsfactuur van overwegend niet-ETS bedrijven, organisaties en huishoudens.

Zichzelf bedriegen met een tandeloos EU ETS brengt het klimaatbeleid geen stap vooruit. De prijs opjagen in het ETS treft vooral de niet-ETS elektriciteit gebruikers. Effectief de Europese industrie het mes op de keel zetten met hoge heffingen is ook geen goede aanpak, vanwege lekkage van emissies en beroving van financiële middelen nodig voor uitvinding, demonstratie, innovatie van koolstofvrije technologie en producten.

 

Groene circulaire chemie

Innovatie is het sleutelwoord. Veel wordt verwacht van de recyclage van CO2 opgevangen in uitlaatgassen, voor de aanmaak van kunststoffen. Maar het enthousiasme wordt bekoeld: ‘er gaat nog heel wat tijd overheen gaan’ en ‘een financieel steuntje in de rug’ is nodig.

 

Wyns (medewerker VUB) stelt dat de industrie te weinig doet om een lange-termijn visie te ontwikkelen, en dat de installaties van INEOS die twintig tot dertig jaar meegaan, futureproof zouden moeten worden gemaakt. Dit klinkt mooi, maar doet denken aan de nieuwe kolencentrales in Europa gebouwd, die ook Koolstof Opvang en Opslag (CCS) proof moesten zijn, maar er is geen enkele CCS gebouwd. Tevreden met een dode mus?

 

Tenslotte is Frederik Debrabander (Deloitte) optimistisch omdat het klimaatthema ‘hoog op de agenda staat bij grote industriële groepen, zeker in de chemie’.

Ik zou graag delen in dit optimisme, maar de blijde inkomst stoet voor de koolstof intensieve petrochemie van het verleden, stelt me niet gerust. En wellicht ook niet de protesterende jongeren.

 

 

 


20190101: ‘Welke energieveldslag heeft wie verloren?’

Aviel Verbruggen, energie- en milieueconoom, Universiteit Antwerpen (www.avielverbruggen.be)

Vooraan, in de laatste 2018 weekeinde editie van De Tijd, trekt de titel “We hebben de eerste energieveldslag verloren” tweemaal de aandacht van de lezer. De uitspraak is van Isabelle Kocher, CEO van ENGIE, tijdens een Tijd-interview in Parijs. Zulke titel maakt nieuwsgierig, want wie zijn “we”? en wanneer is “de eerste energieveldslag” gevoerd, en hoe is die precies verlopen? In het interview benoemt CEO Kocher “we” eerst als ‘Europa’, en nadien als een ‘collectieve verantwoordelijkheid’, wanneer de interviewers ENGIE’s positie bevragen. De energieveldslag blijkt te gaan over ‘de omschakeling naar een 100 procent duurzame energieproductie’. Het lijkt me nodig hier toch even te herinneren aan de feiten van de periode 2000-2015, waarin de energieveldslag van de omschakeling naar duurzame elektriciteitsproductie werd geleverd. Die feiten verklaren (gedeeltelijk) waarom Europa de slag verloren heeft, en nog meer de belangrijke rol van ENGIE (en haar soortgenoten) in dit verlies.

In 2000 bereidt de Europese Commissie de eerste richtlijn voor tot bevordering van de productie van hernieuwbare energie in de lidstaten. De Commissie, pas bekeerd tot markt en handel als de heilbrengende aanpak om CO2 emissies terug te dringen, wou ook een EU-brede handel in Groene Stroom Certificaten opzetten. Duitsland heeft dit plan tegengehouden, omdat het zelf al een doeltreffend en doelmatig stelsel had opgezet, om een breed gamma van hernieuwbare technologieën één voor één tot ontwikkeling te trekken. Gevolg was: de EU Commissie liet de keuze van steunsysteem over aan de lidstaten. Vlaanderen koos voor Groene Stroom Certificaten, wat geen technologische vernieuwing bracht, maar honderden miljoenen EUR superwinsten opleverde voor ENGIE en soortgenoten. Gelukkig ontwikkelde de Duitse locomotief (van lokale bewegingen en besturen, innovatieve bedrijven, en vooruitziende wetenschappers) binnen de tien jaar PV (elektriciteit leverende zonnepanelen) en windturbines tot marktrijpe technologieën. Vanaf 2010 ging de groei van beide productiemiddelen exponentieel vooruit. Veel te snel naar de zin van de gevestigde elektriciteitsbedrijven in Europa. Want wat hadden zij gedaan voor de energie transitie naar duurzame energietechnologie: oude kolencentrales met biomassa bijgestookt, of nog erger: nieuwe kolencentrales besteld en gebouwd (bv. ENGIE de 800MW centrale Rotterdam, in dienst genomen in 2015).

Na 2010 begrepen de Europese elektriciteitsbedrijven dat ze de hernieuwbare technologieën zeer fout hadden ingeschat, en hun marktverlies aanzienlijk kon worden. Een van hun antwoorden hierop, was de groei van kleinschalige en coöperatieve hernieuwbare energie insnoeren. De Magritte groep (met ENGIE – toen nog SUEZ.GDF – en EDF als gangmakers) hield een persconferentie op 19 maart 2014, met hun verlanglijstje voor de Europese regeringen en staatshoofden: negen aanbevelingen en drie voorstellen: een, voorkeur voor ‘rijpe hernieuwbare energie in de reguliere markt’, ‘voorrang aan het gebruik van bestaande competitieve capaciteit boven subsidies voor nieuwbouw’, en ‘herstel van de emissiehandel als vlaggenschip voor het klimaat- en energiebeleid’. Een goed verstaander begrijpt dat nucleaire en kolencentrales voorrang moesten behouden, en het ETS de woekerwinsten van de emissiehandel moest vrijwaren voor de energiebedrijven en grootindustrie.

Toenmalig EU commissaris Almunia heeft gewillig de Europese regels aangepast naar de wensen van de energiemonopolies. Het Duitse model van snelle groei van wind en zonnestroom werd ingesnoerd, met limieten aan de jaarlijkse toelaatbare toename. Als toetje voor de oude krokodillen van de energiesector kreeg het VK de toelating om aan de geplande nucleaire centrale Hinkley Point C een 35 jaar durende prijsgarantie van £92,5/MWh toe te kennen. Subsidies voor hernieuwbare initiatieven werden afgeschaft, tenzij het grootschalige projecten betreft door de energieconcerns ondernomen (zie de Belgische situatie vandaag).

Het gevolg van deze ingrepen was dat de Europese dynamiek in de hernieuwbare energie technologie een flinke knauw kreeg van binnenuit, zeker een belangrijke factor in het Europees verlies van de energieveldslag. En ENGIE was er volop in betrokken, niet “wij” en niet de “collectieve verantwoordelijkheid”.

Het artikel doet ook wenkbrauwen optrekken als CEO Kocher zich over energiebesparing een ‘roepende in de woestijn’ voelt. Dit doet denken aan de eerste echte energieveldslag, deze van de jaren 1973-1983. Toen brak het succes van energiebesparing de investeerders in te veel aanbodcapaciteit zuur op (België had 50% overcapaciteit in elektrische centrales, in de Noorse fjorden lagen veel olietankers te roesten, enz.). De roepende voor energiebesparing was toen niet te vinden bij de energieleveranciers. Integendeel, de forse ontwikkeling van energie-efficiëntie en de beginnende groei van hernieuwbare energie werden in de kiem gesmoord. Een ongelooflijke blunder in het licht van de bedreigingen van een veranderend klimaat.

Waarom is het nodig de ware toedracht van de energie geschiedenis tegen het licht te houden? Wie niet leert uit het verleden, zal voorzeker de oude fouten herhalen. De bedreigingen van een veranderend klimaat vereisen dringend en drastische verandering. Dit kan enkel als het inzicht en de leiders veranderen, zoals A. Einstein al aangaf: “we kunnen onze problemen niet oplossen met hetzelfde denken gebruikt wanneer we ze veroorzaakten.” Het artikel en CEO Kocher schijnen deze waarschuwing in de wind te slaan. De verantwoordelijkheden van het verleden juist duiden, zou een betere eerste stap zijn.

Wie meer over de 2014 restauratie wenst te vernemen, zie: Europe’s electricity regime: restoration or thorough transition.

 

 

 

 


document 20181004 Energiebeleid is vooral slecht subsidiebeleid (134 KB)

20181004 Energiebeleid is vooral slecht subsidiebeleid (De Tijd)

Aviel Verbruggen

 

Het Belgisch en Vlaams energiebeleid is er vooral een van subsidies uitdelen. Gedoseerde subsidies voor nieuwe technologie zijn sociaal-economisch terecht en wenselijk. Maar subsidies voor een matuur en marktfalend energieaanbod verarmen de burgers.

Redacteur Bart Haeck vermeldt in zijn analyse over het energiebeleid de vele energiesubsidies (De Tijd, 29 september). België gooit met grote bedragen alsof die niet op de factuur van de elektriciteitsgebruiker belanden. Het is een van de opmerkelijk scheefgegroeide politieke uitwassen in België.

 

Energiesubsidies zijn een chronische ziekte. De belangrijkste uit het verleden zijn de langdurige en steeds oplopende subsidies voor de kolenwinning in Wallonië en in Vlaanderen. Die zijn in mei 1989 gestopt toen Vlaams minister Norbert De Batselier (sp.a) op basis van wetenschappelijk onderzoek de beslissing nam de laatste Kempense mijnen te sluiten.

De tweede energiesector die grote steun ontving en nog steeds ontvangt, is de kernenergie, en dat vanaf de opening in 1953 van het SCK (Studiecentrum voor Kernenergie) in Mol. Zolang het onderzoek innoverend en beloftevol was, waren dit verantwoorde subsidies. Zodra het onderzoek voorbij is en de producten en de technologie ervan in de markt zijn gelanceerd, zijn blijvende subsidies geldverkwisting, sociaal en economisch onverantwoord.

 

Balans

Geld voor de verwerking van nucleair afval en het maatschappelijk aanvaarden van onverzekerbare risico’s zijn in strijd met het principe de vervuiler betaalt. Ze staan goede afwegingen bij de keuze van investeringen in elektrische productiemiddelen in de weg. Als glashelder blijkt dat de maatschappelijke kosten-batenbalans van kernenergie negatief is en dat de nucleaire technologen geen degelijke oplossingen voor afval en risicobeheer leveren, dan moet een overheid de subsidiekraan voor dit gevaarlijk technologisch avontuur dichtdraaien.

Niet zo in België anno 2018, waar het Myrrha-project van het SCK de komende jaren 1,6 miljard euro krijgt. Al jaren dweilt het SCK bevriende landen af om mee te doen aan het project, maar die houden hun geldbeurs gesloten.

 

Na de EU richtlijn over de bevordering van hernieuwbare energie (2001) was het aan de drie Belgische gewesten (Brussel, Wallonië en Vlaanderen) om een beleid uit te stippelen. Stroom uit wind en zon halen was mogelijk. Vlaanderen had in de jaren 1980-90 met Windmaster een vooruitstrevende windmolenbouwer, wiens prestaties aan de kop van het peloton stonden. IMEC was pionier in het fotovoltaïsch onderzoek.

 

Verkwisting

In 2001 was steun aan beloftevolle technologieën terecht, wenselijk en mogelijk. De gewestregeringen hebben er echter een potje van gemaakt en waren potdoof voor verwittigingen uit wetenschappelijke hoek dat ze een groteske geldverkwisting aan het opzetten waren.

Door de groenestroomcertificaten is meer dan 1 miljard euro vergooid aan dubieuze biomassaprojecten zonder technologische toegevoegde waarde. De steun voor zonnepanelen is helemaal ontspoord door veel te lang te hoge subsidies aan de investeerders toe te kennen, het gevolg van lichtzinnige beslissingen, zonder kennis van zaken. De overheid luisterde niet naar studies en rapporten die de vinger op de wonde legden en gaf geen blijk van een industriële visie.

 

Denemarken en Duitsland hebben in 2001 een industrieel technologische visie voor de ontwikkeling van wind- en zonnestroom uitgerold. Via een financiële constructie verwant met het krediet voor de bouw of aankoop van een woning, waarmee veel huishoudens vertrouwd zijn, werd de stroom van windturbines en zonnepanelen aangekocht tegen prijzen die jaarlijks werden aangepast. Die prijzen weerspiegelden de gestage voortuitgang van de technologische ontwikkeling van de afzonderlijke technieken. Deense en Duitse huishoudens betalen voor deze technologische steun via de elektriciteitsrekening, en klagen daar niet over. Alleen de grootindustrie en elektriciteitsmaatschappijen hebben er zich tegen verzet en het actief gesaboteerd.

De wereld mag de Deense en Duitse huishoudens dankbaar zijn dat ze wind en zon, de twee meest beloftevolle technieken van duurzame stroom, in tien jaar tijd tot volle rijpheid hebben gebracht. Voor beide technieken is een verdere subsidie voor de aanschaf en de installatie overbodig en nefast. Maar opnieuw is deze boodschap de Belgische politici ontgaan.

 

Onzinnig

Zeker, de steun voor zonnepanelen op de daken van huizen is – terecht - gestopt. Maar de Vlaamse groene certificaten zijn zo onzinnig krom dat grote projecten van bedrijven nog rijkelijk subsidies krijgen. Engie ontvangt meer dan 4 miljoen euro per jaar voor de productie van het 99MW Kristal Solar Park in Lommel. Zonnepanelen zijn een kleinschalige modulaire techniek, perfect geschikt op daken van gebouwen. Grootschalige projecten van zonnepanelen zijn enkel gunstig om de gevestigde elektriciteitsbedrijven in de markt te houden, en dat met subsidiëring door de Vlaamse overheid.

 

De windparken op zee staan in de Noordzee. Ook daar is de technologie rijp genoeg om zonder subsidies stroom te produceren zonder. In oktober 2017 zetten de bevoegde ministers een hoge borst op dat ze 3,9 miljard subsidie bespaarden door de prijsgarantie te verminderen van 125 euro/MWh naar 79 euro/MWh. Het was onduidelijk hoeveel miljard aan steun er toch nog wordt toegestoken. Hopelijk wordt de Europese toelating om tot 3,5 miljard euro overheidssteun uit te trekken voor windmolens op zee niet als een plicht beschouwd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


pdf 20180728 Klimaatbehoud door vooruitstrevende energietransitie (55 KB)

20180728 Klimaatbehoud door vooruitstrevende energietransitie

Aviel Verbruggen, emeritus hoogleraar Universiteit Antwerpen

www.avielverbruggen.be

 

De komkommerdagen van 2018 zijn hectisch. Trump schiet weer de hoofdvogel met “Wat je ziet en wat je leest, is niet wat aan het gebeuren is.” J-C. Juncker gniffelt dat hij Trump terug met de voeten op de aarde heeft getrokken. Israël zet de nazi’s een neus met de creatie van een puur fascistische staatsvorm; de internationale politiek negeert de noodkreet van Daniël Barenboim. De aarde bakt onder alsmaar hogere temperaturen, maar we vliegen met miljoenen rond de aardbol. Wie bezorgd is om de kleinkinderen, is radeloos. Waar vinden we houvast en oplossingen? De snelle doorbraak van duurzame hernieuwbare energie is het belangrijkste lichtpunt van hoop. Beter inzicht in hoe energie transities verlopen helpt om snel de juiste paden te kiezen.

 

Energietransities bepalen de geschiedenis

Energie is het substraat en de drijfkracht van iedere beschaving. Andere energiebronnen scheppen het draagvlak voor andere beschavingen. De industriële revolutie van de 18e-19e eeuw is gebouwd op de omzetting van warmte (uit steenkool, olie en gas) in kracht (elektriciteit, mobiliteit). Europa en de VSA tekenden de mondiale lijnen van macht, bezit en instituties, gespijsd door een stijgende, steeds massalere inzet van fossiele brandstoffen. Verbranding van koolstof houdende brandstof vormt onvermijdelijk koolstofdioxide (CO2). De jaarlijkse omzet van ca. 12 miljard ton brandstoffen stoot jaarlijks ca. 36 miljard ton CO2 in de atmosfeer. Klimaatverandering is dagelijks nieuws, maar de absolute onomkeerbaarheid ervan blijft onderbelicht.

 

Direct uit de omgeving geplukte zon-, wind- en water-energie revolutioneert nu de energievoorziening ingrijpender dan ooit. Daardoor ontstaat tumult bij de aanpassing en omschakeling van samenlevingen. Het goede nieuws: direct elektriciteit plukken uit de omgeving van de zon en de wind is al sinds jaren goedkoper dan fossiele brandstoffen delven en pompen, verschepen en opslaan, raffineren en verdelen, verbranden, schadelijke gasuitstoot ‘wassen’, afval wegwerken, koeling van machines, enz. Steeds meer huishoudens en investeerders zien het zitten om slapend energie te plukken met minimale vervuiling. Het gaat al snel, maar niet snel genoeg om onomkeerbaar verlies van een stabiele atmosfeer en klimaat te vermijden. We kunnen leren uit de ‘gemiste’ kans op een duurzame energietransitie in de periode 1973-1985, opdat de mensheid haar ‘laatste’ kans vandaag niet verknoeit. De langzame aanloop naar hernieuwbare energie en hogere energie efficiëntie in de jaren 1973-1983, is na 1983 in de kiem gesmoord. De belangen in fossiele brandstof zijn reusachtig; de macht en luxe van de rijken en rijke landen zijn er met verweven.

 

In de jaren 1990 ontwikkelde het slimme beleid van enkele landen (Duitsland, Denemarken) de technologieën voor wind- en zonnestroom op voortvarende wijze, nu beschikbaar voor alle mensen en landen ter wereld. De energietransitie van de ‘laatste’ kans naar duurzame zon, wind, water, geothermie is niet meer tegen te houden, zoals enkele eeuwen geleden de stoommachines niet te stoppen waren. Maar inertie, sabotage, conflicten, en oorlogen remmen diepgaande verandering sterk af. Echter, tijdverlies is dramatisch vanwege de onomkeerbaarheid van klimaatverandering.

 

Fossiele brandstoffen in de bodem houden

Fossiele brandstoffen in de aardkorst vasthouden is een cruciale component van de duurzame energietransitie, maar schrikwekkend. Al jaren evolueert de olie & gas geopolitiek naar de opdeling tussen ‘VSA bevriende’ en ‘VSA vijandige’ olie & gas exporterende landen. Bevriende landen zijn Saudi-Arabië, de emiraten, e.d. omdat Amerikaanse belangen er grof geld mogen verdienen, en een flink deel van de inkomsten uit olie & gas verkoop terugvloeit naar wapenaankopen in de VSA. Midden-Oosten olie & gas mag duur zijn, want West-Europa, Japan, China zijn de belangrijke kopers.

Vijandig zijn Iran, Venezuela, Rusland, Soedan, voorheen Irak, Libië, … Hun olie & gas wordt uit de wereldmarkt gestoten door embargo’s, of door militaire conflicten die hun olie & gas industrie verlammen (Irak, Libië). Aanslepende interne conflicten zijn voor de VSA financieel goedkoper, want op de ellende van de bevolking staat geen prijs.

 

De Europese gasinvoer is een mooi schouwtoneel van hoe de VSA de belangen van haar olie & gas industrie vooropstelt. Onder Obama waren de VSA politiek actief om Russische aardgas te dwarsbomen, met bevordering van schaliegas en invoer van vloeibaar gas (LNG) uit bevriende landen, de VSA incluis. Het NATO optreden van Trump en het aankooplijstje aan Juncker bezorgd, tonen hoe zwaar de VSA olie & gas belangen wegen. De Duitse industrie wilt Noordstroom 2 (een tweede directe gaspijplijn tussen Rusland en Duitsland) om zich te verzekeren van goedkoop Russisch aardgas, maar de uitslag van het armwringen hierrond is onzeker.

 

Deze energietransitie component is schrikwekkend, maar onvermijdelijk: olie & gas moeten in de aardkorst blijven. Het gevecht over wie de laatste liters mag verkopen, zal niet vredig verstillen. Oorlog tegen en in Iran is een mogelijks verdere fase in deze geopolitieke conflicten. Dringend en doortastend alle energie uit duurzame, hernieuwbare bronnen halen, maakt de olie & gas conflicten sneller zinloos, en de wereld vreedzamer.

 

 

 

 

 

 


20171029 Is Belgische Noordzee windstroom karig gesteund?

In De Standaard van 28-29 oktober 2017, Economie p.E7, draagt een kolomartikel van Wim Winckelmans de titel “4 miljard minder subsidies voor windparken”. Dit klinkt veelbelovend, maar een lezer vraagt zich dan toch af: hoeveel subsidies blijven er dan nog te betalen? Dit cijfer was niet direct te vinden. Wel staat er dat de prijsgarantie van €125/MWh daalt tot €79/MWh, en dit een besparing van 3,9 miljard euro oplevert. Ook laat Marghem uitschijnen dat ‘de befaamde windmolenparken van Borsele in dezelfde prijsklasse zitten’.

Dat vraagt toch om meer verduidelijking. De Nederlandse Rijksoverheid bericht (12 december 2016): “Het tweede windpark Borssele (700MW capaciteit) kan naar verwachting met slechts 0,3 miljard euro subsidie worden aangelegd en geëxploiteerd. Er was gerekend op een bedrag van 5 miljard euro.’

 De drie nieuwe Belgische parken – Northwester 2, Mermaid en Seastar - hebben naar verwachting een samengetelde capaciteit van 732-768MW, dus iets groter dan Borsele II. Als België het groene stroom certificaten systeem blijft aanhangen, geldt de steun als een premie boven op de elektriciteitsprijs die de producenten van hun stroom kunnen bekomen op de groothandelsmarkt. Als het verschil van €46/MWh (=125-79) een bedrag van 3,9 miljard euro vormt, dan komt €79/MWh overeen met een totaal van 6,7 miljard euro steun.

Het kan zijn dat 0,3 miljard Nederlandse euro’s (voor 700MW) anders tellen dan 6,7 miljard Belgische euro’s (voor 732-768MW), maar meer duidelijkheid zou de toekomstige facturen van de Belgische huishoudens geen kwaad doen.


© 2019 Aviel Verbruggen. Alle rechten voorbehouden.